Veiligheid door fysieke en mentale nabijheid

Nabijheid is iets krachtigs. Het geeft veiligheid, bescherming, vreugde, rust. Een kind heeft nabijheid nodig om te groeien, om te ontwikkelen, om veerkrachtig te worden, om rust en balans te vinden, om emoties te voelen en te delen, om een voorbeeld aan te nemen, om de wereld met vertrouwen tegemoet te gaan.

Ik moest denken aan een kind dat enthousiast voor de ouders uitloopt, totdat er een andere wandelaar net iets te dicht komt. Er lijkt geen twijfel of het kind rent snel even terug tussen papa en mama in. Als kinderen heel klein zijn is fysieke nabijheid vanzelfsprekender dan als ze ouder worden. Dit komt, simpelweg, omdat een baby de fysieke aanwezigheid van een ouder nodig heeft om te overleven.

Als een kind ouder wordt, kan het steeds meer zelf. Fysieke aanwezigheid is dan in die zin ook minder nodig, maar mentale aanwezigheid des te meer. Een kind dat op school is geweest, komt thuis met ervaringen. Net als het jonge kind dat snel weer tussen papa en mama inrent, gaat het schoolgaande kind terug naar zijn of haar veilige haven om de dingen van de dag een plekje te geven. Wetende dat de ouder(s) het kind verwacht, tijd maakt om te luisteren, het vasthoudt, er gewoonweg is, maakt de wereld een stuk minder bedreigend.

Andersom geldt het ook.. wanneer het kind de ouderlijke aanwezigheid te weinig ervaart, kan de wereld er bedreigend(er) uitzien. Ouderlijke aanwezigheid, nabijheid is iets wat ik veel meeneem in mijn werk. Het is pure joy om dan een kind in het proces ‘herenigd’ te zien worden in een gezin. Want wat is het fijn om te weten dat er iemand is die naar je uitziet!

#Evenlangszij