De laatste tijd lees ik steeds vaker tegengeluiden op teksten en woorden als autonomie, self-made en op eigen kracht. Dat tegengeluid raakt me en vormt de titel van deze post: onszelf dragen leren we in afhankelijkheid van anderen.
We zijn gemaakt om in relatie tot anderen te leven. We ontwikkelen het meest waar we in verbinding staan. Dat betekent niet dat we ons niet mogen terugtrekken om op te laden, creatief te zijn; juist die momenten kunnen voedend zijn. Maar echte groei, verfijning, (karakter)ontwikkeling… die ontstaan meestal wanneer we ons leven en ideeën delen. In verbinding dus.
En daar zit meteen ook de crux. Als hoogbegaafde ben je vaak degene met de creatieve invalshoeken, de vooruitstrevende ideeën, een brein dat net iets (of veel) sneller gaat, met intense gevoeligheid. Je ziet vooruit, denkt vooruit, voelt vooruit. Maar als ontwikkeling plaatsvindt in verbinding, bij wie ontwikkelt een hoogbegaafde zich dan? Juist: bij mensen met eenzelfde soort brein en gevoeligheid. Bij mensen die óók snel denken, creatief zijn en dat extra stapje vooruit al zien.
Maar het gaat verder dan kunnen alleen. Ontwikkeling vraagt ook om veiligheid. Wanneer er vreemd wordt gekeken naar je ideeën, je creativiteit of je manier van denken, ontstaat er een scheurtje in het gevoel van veiligheid. En meerdere kleine scheurtjes worden uiteindelijk een grote scheur. Dan trekt de pijn een deur dicht, of erger misschien nog: er volgt pestgedrag en is er niet eens de keuze om in verbinding te blijven.
Een volwassene kan daar vaak nog enigszins mee omgaan. Het gedragsrepertoire, ontwikkeling van de ‘I’ en de mate van veerkracht bepalen hoe gezond iemand hiermee kan omgaan. Maar laten we dit nu eens bekijken vanuit een kind.
Een kind ontwikkelt zich misschien wel nóg meer in verbinding met anderen; denk alleen al aan de klas waar het dagelijks is. Wanneer een kind telkens opnieuw ideeën heeft (bij rekenen, bij een groepsopdracht, tijdens spel) die niet begrepen worden, ontstaan dezelfde scheurtjes: in de veiligheid van de verbinding, in het zelfbeeld. Aanpassing volgt. Het kind verliest zichzelf stukje bij beetje. Er ontstaan overtuigingen, zoals bijvoorbeeld: ik moet het altijd alleen doen. En vaak wordt dat dan ook de realiteit. Want op wie kan dit kind leunen?
Een kind dat kan leunen is veilig. Heeft ruimte. Durft te ontwikkelen. Durft op een gezonde manier naar zichzelf en anderen te kijken.
Herkenbaar voor jou en je kind? En wil je meer weten? Neem een kijkje op mijn website of stuur gerust een berichtje naar info@evenlangszij.nl of via LinkedIn.
Mijn naam is Wendy en ik kom langszij als (jij en) je kind vastloopt. Thuis en op school, wanneer de situatie of het gedrag van je kind (tijdelijk) extra aandacht vraagt, vooral bij (vermoedelijke) hoogbegaafdheid.
Soms is het fijn als iemand even langszij komt!
